Elke week wordt aan de hand van een archiefstuk uit onze collectie een kort artikel gepubliceerd om te laten zien wat voor materiaal er in onze archieven te vinden is. Deze week kijken we naar de invoering van de Drankwet in 1881.

In de negentiende eeuw nam het gebruik van sterke drank in Nederland almaar toe. De discussie over drankgebruik en de handhaving van de openbare orde werd daarmee steeds belangrijker. In 1881 werd daarom de eerste drankwet ingevoerd. Het doel van de wet was om openbare dronkenschap tegen te gaan en ordeverstoringen tegen te gaan. De wet was niet bedoeld als middel om de gezondheid van de gebruiker te beschermen.

Gemeenten mochten op basis van het inwonertal een beperkt aantal vergunningen verlenen. Een vergunning werd aan een persoon verleend, en gold dus niet voor alle medewerkers van een drinkgelegenheid. Na het verkrijgen van de vergunning was het de vergunninghouder toegestaan om, onder voorwaarden, sterke drank te verkopen aan personen boven de zestien jaar. Over laag-alcoholische dranken liet de wet zich niet uit, dus het is mogelijk dat dit gewoon verkocht werd aan kinderen jonger dan zestien jaar.

Bij het Gemeentearchief Alphen aan den Rijn worden veel van de oude verleende drankvergunningen bewaard. Deze bieden de mogelijkheid om te bestuderen waar men in de negentiende eeuw terecht kon voor een drankje. Zo vinden we onder andere een vergunning verleend op 14 april 1886 aan Gijsbert van der Waaij, uitbater van Het Wapen van Gouda aan de Goudse Rijpad. De exacte locatie van deze gelegenheid is ons niet bekend. Een mogelijke locatie is dichtbij het tolhuis aan de Goudse Rijpad. Een gevelsteen in een boerderij aan het begin van herinnert hier nog aan de tolheffing die plaatsvond op de weg tussen Gouda en Amsterdam. Opmerkelijk is dat deze gevelsteen het wapen van de gemeente Gouda bevat.

Mogelijk heeft Het Wapen van Gouda ook geen lang bestaan gekend. Op 14 maart 1893 werd de vergunning van Gijsbert van der Waaij alweer ingetrokken, omdat hij had geschonken aan bezoekers die overduidelijk al iets te diep in het glaasje hadden gekeken. Zijn verweer, dat de bezoekers zich anders ‘op zijn inboedel zouden wreken’, werd door het gemeentebestuur niet in acht genomen.