Elke week wordt aan de hand van een archiefstuk uit onze collectie een kort artikel gepubliceerd om te laten zien wat voor materiaal er in onze archieven te vinden is. Deze week gaan we kijken naar de materiële schade die de Duitse Wehrmacht heeft veroorzaakt in Alphen aan den Rijn tijdens de Tweede Wereldoorlog.


De schade die de inwoners van Alphen aan den Rijn leden was in veel gevallen te herleiden naar bominslagen. Met name ramen sneuvelden in grote getalen, zo blijkt uit de schema’s die in het betreffende dossier (110.1.02-362; Dossiers inzake de oorlogsschade en sloop van panden door de Duitse Wehrmacht, 1940-1945) te vinden zijn. In minder grote mate – maar wel met grotere impact – raakten woningen ernstiger beschadigd. Dit leidde ertoe dat de nodige Alphenaren gedwongen werden om te verhuizen. Overigens werd niet alleen de grote schade genoteerd. Her en der namen gedupeerden namelijk de moeite om ook de kleinere schade te melden. Hierbij valt te denken aan gebroken koffiekopjes.

Naast destructie was er ook sprake van diefstal of ontvreemden door de bezetter. Het nodige bezit van Alphenaren werd in beslag genomen door de Wehrmacht (en ja, de fiets is ook hier meermaals ongevraagd van eigenaar veranderd). Bij de familie Vreeswijk werden zelfs 18 rijwielen gestolen, zoals te zien is in de bijgevoegde afbeelding. Naast fietsen werden onder meer (vracht)auto’s, radio’s, koeien, eenden, lakens, banden, wielen, motorfietsen en een roeiboot ingepikt door de Duitsers.

Andere materiële schade is te herleiden naar diepere wonden. Zo krijgt een man een vergoeding voor kleding die is ontvreemd gedurende zijn gevangenschap in een concentratiekamp: een kleine troost voor iemand die een deel van zijn leven in een dergelijke omgeving moest doorbrengen. Zulke omstandigheden brengen de materiële schade van de oorlog – hoe groot de impact moge zijn – in perspectief.