Elke week wordt aan de hand van een archiefstuk uit onze collectie een kort artikel gepubliceerd om te laten zien wat voor materiaal er in onze archieven te vinden is. Deze week gaat het over het besluit om de kermis niet meer terug te laten keren in Oudshoorn. 

Het besluit, zoals te zien op de bijgevoegde afbeelding, wordt zakelijk geformuleerd en gebracht. “De Raad der Gemeente Oudshoorn gehoord het voorstel van het dagelijksch bestuur, tot afschaffing der jaarlijksche kermis alhier; In aanmerking nemende dat er geene gegronde redenen tot haar behoud bestaan (…) besluit (…) de jaarlijks gehouden (…) kermis af te schaffen.” De afschaffing in Oudshoorn stond niet op zichzelf. Uit de Rijnbode van 14 april 1878 blijkt dat men in Alphen een jaar eerder al tot eenzelfde besluit was gekomen. Dit gold tevens voor Aarlanderveen, dat geïnspireerd werd door “het onlangs door den Gemeenteraad van Alphen genomen besluit tot opheffing der jaarmarkt of kermis aldaar” (Rijnbode; 26-08-1877).   

Deze keuze was het gevolg van een jarenlange lobby tegen de kermis. Zo prijkt er op de voorpagina van de Rijnbode van 11 juli 1875 een groot “anti-kermis” artikel, waarin onder meer geschreven staat dat “de kermis aanleiding geeft tot zeer veel onzedelijks”. De schrijver gaat er met een gestrekt been in: “Een feit is het, dat de kermis veel kwaads heeft gebrouwen, en dat door haar een bende volk bestaat, dat wij veilig mogten rekenen, onder het schuim der maatschappij.” Een drijvende kracht achter de afschaffing van de kermis waren de kerkelijken. De kermissen waren door de jaren heen namelijk “anti-kerksch” geworden: “Inzonderheid (weten we dat) de kerkelijken overal pogingen aanwenden en maatregelen nemen om ze (kermissen) te verbieden wegens de ongebondenheid en liederlijkheid, waartoe ze dikwijls aanleiding geven” (Rijnbode; 22-07-1877).

Een kleine anderhalve eeuw verder is dit verbod allang niet meer aanwezig en komt de kermis tweemaal per jaar naar Alphen aan den Rijn.